Sebastiaan, werkt aan de implementatie van mensenrechten op lokaal niveau

Interview door Noah Wánebo

Sebastiaan van der Zwaan is directeur van Justice and Peace en mede oprichter van het Shelter City netwerk. Lees hier over Sebastiaan, zijn visie voor Shelter City, en waarom het beschermen en steunen van mensenrechtenverdedigers de meest effectieve manier is om mensenrechten op internationaal niveau te verbeteren.

Wat was het conflict dat jou in eerste instantie aantrok tot mensenrechten?

Er waren verschillende conflicten, maar rond 1994/5 was Zuid-Afrika net een officiële democratie geworden. Ik was erg geïnteresseerd in de transitieperiode, mensenrechten en mensenrechten schendingen. Mijn scriptie ging over dit soort problemen. Toen ik mijn studie had afgerond ben ik bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken gaan werken. Hier ontmoette ik veel mensenrechtenverdedigers – mensen uit Yemen, Pakistan, India, Uganda, mensen die bij de VN werkten: grote namen binnen de mensenrechten. Dat zette me aan het denken over hoe ik bij kon dragen, als Nederlander, opgegroeid in een erg beschermde omgeving. Hoe kan je bijdragen aan mensenrechten op een effectieve manier? Wat hebben deze mensen nodig? Al vroeg ontdekte ik dat er niet veel verschil is tussen mensenrechtenverdedigers uit Nederland of Pakistan: als we in dezelfde dingen geloven, als we dezelfde normen en waarden hebben, dan is de volgende stap slechts om te kijken hoe we deze waar kunnen maken.

Kun je wat meer vertellen over hoe het Shelter City initiatief ontstaan is?

Een aantal jaar geleden bedachten we dat we de mensenrechtenverdedigers in onze eigen samenleving wilden opnemen. We waren toen vooral bezig met onderwerpen als migratie en de rechten van vluchtelingen. Dit zijn belangrijke problemen in Europa, waar we anders mee om moeten gaan dan dat we nu doen – het “fort” Europa, iets waar iedereen zich zorgen over zou moeten maken. Maar dat terzijde, als we echt wat willen doen op het gebied van migratie en mensenrechten, moeten we verder kijken dan de huidige grenzen en moeten we samenwerken met mensenrechtenverdedigers, zowel internationaal als lokaal.

De volgende stap was dat we begonnen met praten over het internationale werk op lokale schaal, zoals het in contact brengen van mensenrechtenverdedigers om te kijken hoe zij elkaar kunnen helpen, en hoe zij zich sterker kunnen positioneren binnen de VN, de EU en andere internationale organisaties. Als mensenrechtenverdediger moet je, om zo effectief mogelijk te zijn, je tactieken de hele tijd aanpassen en verscherpen. Maar als je dan dus ook succesvol bent en daadwerkelijk een verandering teweeg brengt, zul je ook meer tegenstand krijgen. De mensenrechtenverdedigers zelf zeiden dat als je ze echt wil helpen, je je dan moet focussen op veiligheid, op ondersteuning, werken aan hun veerkrachtigheid, zodat ze hun werk voort kunnen zetten over een langere periode – op een veiligere manier. En dat is dus wat Shelter City doet.

Het is schokkend om te zien dat zoveel mensenrechtenverdedigers aangevallen worden of zelfs vermoord, maar zou dat ook gebeuren als ze niet extreem belangrijk werk zouden doen? Er zal altijd tegenstand bestaan. Betekent dat dat ze zullen stoppen? Ze zullen nooit stoppen. Betekent dat dat ze uiteindelijk succes zullen hebben en zullen overwinnen? Ik weet het zeker. Maar het is een moeilijke tijd.

Waarom denk je dat het belangrijk is om internationale mensenrechten te koppelen aan het lokale of stads-level?

Omdat dat nou juist een van de grootste uitdagingen binnen de mensenrechten is. Het is de laatste stap die gezet moet worden om de mensenrechten daadwerkelijk te implementeren. In de afgelopen 30, 40, 50 – zelfs 70 jaar als je terug gaat naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens – is het praten over het ontwikkelen van mensenrechten, hoe dit het beste op papier kan worden gezet en hoe het gedefinieerd moet worden. Het probleem is echter de implementatie. Mensenrechten moeten namelijk op lokaal niveau geïmplementeerd worden. We bevinden ons nu in een tijd waarin mensen veel meer bewust zijn van wat ze kunnen doen en welke verantwoordelijkheden zij kunnen nemen en wat ze kunnen bereiken op lokaal niveau. Ik denk dat er veel kennis en toewijding is op lokaal niveau. Iedere Shelter City in het netwerk draagt op zijn eigen manier zijn steentje bij, omdat elke stad haar eigen expertise en connecties heeft. Ze willen iets bijdragen, ze hebben veel in hun mars en ze kunnen het precies op hun eigen manier uitvoeren. Ik denk dat dat de reden is dat het zo goed werkt, en dat het nog steeds werkt. Maar het blijft een constante uitdaging.

Aan de ene kant, is dit een tijd waarin we voor veel moeilijke uitdagingen staan. Aan de andere kant leven we in een tijd waarin er een enorme ontwikkeling is in mensen die op lokaal niveau samen iets willen opbouwen en verantwoordelijkheid willen nemen, meer dan ooit tevoren. We moeten ons realiseren dat de mensen zich hard maken op lokaal niveau. Ze willen zelf de maatschappij opbouwen: zij voelen zich er verantwoordelijk voor en met iedereen die deel wil nemen willen zij iets doen, en ze willen dat het tot een grotere wereld zal leiden.

Waarom is zoiets als een Shelter City specifiek handig voor mensenrechtenverdedigers?

Allereerst is het erg belangrijk voor mensenrechtenverdedigers om even wat ademruimte te krijgen en niet elke seconde over hun schouder te hoeven kijken. Zij werken namelijk in extreem stressvolle omgevingen. Ook zien we vaak dat ze aan nieuwe strategieën moeten werken. Hoe brengen ze hun boodschap het beste over en ook nog op een effectieve manier? Om een plan daarvoor op te stellen, is tijd nodig, contacten, nieuwe ideeën en nieuwe mensen met een frisse blik. We hebben partners en mensenrechtenverdedigers die samen kunnen werken. Een tweede grote uitdaging is de veiligheid van de mensenrechtenverdedigers. Dit probleem zal altijd blijven bestaan, maar we kunnen ons er wel bewust van zijn en zo veel mogelijk voorzorgsmaatregelen nemen. We moeten er echt goed over nadenken en strategieën opstellen. We willen ook langdurige hulp bieden aan de mensenrechtenverdedigers. Dat kan niet allemaal in drie maanden bewerkstelligd worden, maar het moet doorlopend zijn. Daarom hebben we het over resilience oftewel ‘veerkracht’.

De essentie van ons werk is dat we werken met mensen die ergens in geloven – dat ze iets kunnen veranderen. En soms werken ze hun halve leven om dat te bereiken, en het mooie is dat het vaak dan ook lukt.

Dit is de vijfde verjaardag van het Shelter City programma. Hoe heeft het zich ontwikkeld en is het veranderd sinds de oprichting?

Het aantal steden is gegroeid, we zijn professioneler geworden in ons werk en de manier waarop we mensenrechtenverdedigers helpen. We hebben ons gerealiseerd dat we, naast het bieden van tijdelijke opvang, vooral moeten focussen op het bouwen van de veerkracht, op welke manier dan ook – voor, tijdens en na hun verblijf in een Shelter City. Daarvoor hebben we ideeën en strategieën ontwikkeld, maar het is iets waar we aan zullen blijven werken.

Ik hoop dat we over 10 jaar een netwerk hebben met 30 of 40, of misschien zelfs 50 Shelter Cities, ook buiten Nederland. Dat zou denk ik de grootste overwinning zijn, niet per se het aantal steden maar de groei van dit netwerk, dat mensenrechtenverdedigers op een flexibele manier kan ondersteunen. Dit betekent namelijk dat meer MRV’s hun werk langer en effectiever kunnen voortzetten.

Zijn er voorbeelden van specifiek succesvolle Shelter City gasten?

Jazeker. Bijvoorbeeld Madi, die in een stad in het noorden van het land verbleef. Hij werkte aan voornamelijk vrouwenrechten en democratisering in Gambia. Tijdens zijn werk daar was er een dictator aan de macht die niet wilde dat het maatschappelijk middenveld pro-actiever werd. Zij spraken zich uit, er waren meer mensen die luisterden en ze kregen meer steun. Op een bepaald moment werd het maatschappelijk middenveld aangevallen, specifiek de mensenrechtenverdedigers. Als consequentie moesten hij, en velen anderen, het land verlaten. Hij verbleef drie maanden in een Shelter City en kreeg toen verlenging. Hij kreeg ook de optie om een master in Groningen te doen, die hij succesvol afrondde. Daarna was de situatie in zijn land iets verbeterd, dus hij keerde terug. Dit voorbeeld laat zien dat tijdelijke opvang en een beetje flexibiliteit een hoop verschil kan maken. We hielpen een mensenrechtenverdediger door een hele lastige tijd, en op hetzelfde moment heeft hij veel geleerd dat hij in Gambia kan gebruiken. Hij is de afgelopen twee maanden bezig geweest om zijn eigen organisatie op te bouwen in Gambia. Dus ik denk dat dit een van de beste voorbeelden is, maar er zijn er natuurlijk meer.

Wat zou jouw grootste verkooppunt zijn als je steden moet overtuigen om mee te doen aan Shelter City?

Er zijn heel veel redenen om mee te doen. Ik denk dat meer en meer steden zich al bezig houden met de internationale politiek en mensenrechten en zich afvragen hoe ze banden met buitenlandse steden kunnen opbouwen. Als je je ogen hebt geopend voor de wereld en je het gevoel hebt dat je op stadsniveau iets wil bijdragen, denk je: hoe kan ik de dingen die ik heb delen, de dingen waar ik goed in ben, de dingen die ik als stad kan bieden en waar de mensen in mijn stad trots op zijn? Dus er is ook de vraag hoe je kan bijdragen aan een meer open wereld en hoe we daar onderdeel van uitmaken als stad. Veel steden zijn trots dat ze onderdeel van deze traditie zijn, van het verantwoordelijk zijn voor een grotere groep mensen dan alleen hun gemeenschap.

Veel steden hebben nog steeds contact met hun mensenrechtenverdedigers. Soms zijn er wel zes tot acht MRV’s die in een stad zijn verbleven. Dat vind ik erg interessant. Ze zijn niet alleen in contact met hun directe mentoren, maar ze zijn vaak in contact met een groep mensen in de stad, soms zelfs met de burgemeester.

WIL JE OP DE HOOGTE BLIJVEN? 

SCHRIJF JE IN

VOOR DE JUSTICE AND PEACE E-NIEUWSBRIEF